John, Ton en Koen beginnen de dag goed en duiken om 7.15 uur in het zwembadje bij onze overnachtingsplek. Inderdaad, het is hier superdeluxe voor elkaar. Daarna lekker douchen en om 8.15 uur kunnen we op pad … denken we. Helaas, het maalzaand op de camping denkt er anders over. Bij het uitdraaien van de kampeerplek draait de bus vast en we krijgen die niet meer vrij. Wat we ook proberen, rijplaten, schoppen, kettingen, blokken hout, niets helpt. Gelukkig hebben we Oostenrijkse buren die een Steyr overland truck bij zich hebben. Uiteindelijk maken we die wakker – ze waren om 4 uur ’s nachts aangekomen – en ze zijn graag bereid om een handje te helpen. Uiteindelijk lukt het na twee-en-half uur met de Steyr en sleepkabels om onze bus weer op de vastere grond te krijgen. We bedanken onze Oostenrijkse vrienden hartelijk, zij gaan later verder richting Namibië, en wij gaan nu naar Dakar.

Via Lac Rosé – net als de vorige keer niets roze gezien, wel veel toeristen op quads – rijden we via Niaga naar Dakar. We bezoeken het Monument de la Renaissance Africaine in Dakar, een prachtig bronzen standbeeld van meer dan 50 meter hoog, bovenop een heuvel. Om het van dichtbij te bekijken moeten we 198 traptreden op, als we goed hebben geteld. Binnen in de beeldengroep zit een klein museum over de Afrikaanse geschiedenis, dat we ook bezoeken. Je kunt met een lift helemaal naar boven, waar je een prachtig uitzicht hebt over Dakar en de Atlantische Oceaan. Een mooi standbeeld, maar met wat rafelrandjes, lezen we later. Zo eist de president een deel van de opbrengsten op vanwege ‘intellectueel eigendom’. Het bouwwerk is trouwens gemaakt door een Noord-Koreaans bedrijf, die zijn heel goed in de productie van enorme standbeelden.

We doen nog even boodschappen bij een Auchan supermarkt en verlaten Dakar via de kaap. Daar liggen heel mooie, groene wijken, met veel oude gebouwen uit de koloniale tijd, en zetten koers naar de grens met Gambia. Aan het begin van de avond komen we aan in het plaatsje Foundiougne, over een grote brug, aan een rivier. Daar vinden we een overnachtingsplek, het Campement Touristique Baobab sur Terre. We kunnen er ook nog een maaltijd krijgen en eten vis (moulé of zoiets) met frietjes en groente. Het smaakt prima. ’s Nachts merken we goed dat we dicht bij het water staan. Er zijn ontzettend veel muggen hier en die weten ons prima te vinden in de bus.