Dit is pas de eerste dag dat we onze korte broeken aandoen. Het is nog steeds bewolkt en fris buiten, een graad of 12, en het heeft vannacht weer geregend. Maar vandaag rijden we de westelijke Sahara binnen, daar moet het toch een keer gedaan zijn met het natte weer. Goed nieuws: alle visa voor Mauritanië zijn binnen. Die van Eddy was eerst geweigerd omdat de foto te ‘blurry’ was, maar in de herkansing is hij er ook doorheen gekomen. We ontbijten in de bus met 4 broden die we nog van gistermiddag over hebben en zetten koers naar Smara. Die stad ligt in het noorden van de Westelijke Sahara. Precies op de grens van Marokko en Westelijke Sahara planten we ons kerstboompje langs de kant van de weg, want Kerstmis is voorbij. Eigenlijk is het geen grens, want Westelijke Sahara wordt bestuurd door Marokko en aan niets is te zien dat je die grens passeert. Als we eenmaal in de buurt van Smara zijn breekt eindelijk de zon door.

Voorbij Smara rijden we naar het westen en gaan we bij Ermayt Ellban (Sidi Kathari) van de gebaande paden af: we slaan linksaf bij de moskee en nemen vanaf daar een piste door het zand. Door de onmetelijike Sahara rijden we op de gps naar het zuid-zuidwesten en volgen de bandensporen van de auto’s die voor ons over deze piste zijn gekomen. Totaal verlaten is het hier, behalve de bandensporen zag het er hier 1000 jaar geleden waarschijnlijk ook zo uit. Ton knutselt een selfiestick in elkaar met een stuk bezemsteel en maakt een paar prachtige filmpjes vanuit de rijdende bus. De meeste stukken zijn prima te doen over harde grond, soms moeten we door mul zand of over wat heuveltjes en dat gaat prima. Na een uur of twee naderen we weer een weg, de N5. We moeten nog even met de schop een opritje maken om de bus er op te krijgen. Ook deze weg is erg rustig. Na een half uurtje passeren we een grote dagbouwmijn bij Boucraa. Het is een van de grootste vindplaatsen van fosfaat ter wereld, onmisbaar voor b.v. kunstmest. Vanaf de mijn loopt de langste transportband ter wereld, die we ook een paar keer zien. Over bijna 100 km wordt het fosfaaterts naar de haven van Marsa getransporteerd over die band.

Om een uur of 4 komen we aan in Laayoune (Al Ajoen), de hoofdstad van Westelijke Sahara. Het ziet er allemaal zeer verzorgd en groen uit daar. Bij een winkeltje in de hoofdstraat bestellen we warme pizzabroodjes. We moeten er even op wachten maar ze smaken prima. We rijden door naar het zuiden, passeren de haven van Marsa en rijden nog een paar uur door totdat we bij Boujdour zijn. De politiecontroles worden inmiddels wat uitgebreider en een paar keer moeten we stoppen en al onze paspoorten laten zien. Om 20.15 uur, het is inmiddels een half uurtje donker, rijden we een kampeerplek op bij Boujdour. Het is een groot ommuurd stuk grond met een poort, vlakbij zee. Er staan meerdere campers, er is sanitair dat er redelijk uit ziet en we worden zeer vriendelijk ontvangen. Negen jaar geleden hebben we hier ook al eens overnacht. ’s Avonds wordt er nog een potje gekookt (capucijners met ui en chorizo) en we eten buiten. Dat gaat prima met een trui aan, het is nog een graad of 18. Dat begint er op te lijken!