Om 8 uur vertrekken we van de overnachtingsplek in Taliouine. In het plaatsje vinden we een bakker die open is – verder is er nog niet veel te doen – en die heeft lekkere broodjes. Daar halen we er 16 van. We kopen ook gewone 4 ronde broden en 8 yoghurt, voor in totaal 5,50 Euro. de basisbehoeften zijn hier niet duur. We ontbijten al rijdend in de bus. De ochtend rijden we door de Anti-Atlas. Dat is een middelgebergte, niet zo hoog als de Hoge Atlas, maar wel tot zo’n 1900 meter. Hier ligt geen sneeuw. We slingeren er doorheen bij regenachtig en koud weer en blijven steeds boven de 1700 meter. Gek gezicht, je ziet een woestijn, maar de regen slaat af en toe tegen de ruiten. Hier en daar zijn er stukken asfalt weggespoeld en moeten we door de bedding heen rijden. Verder is het een verlaten gebied, we zien nauwelijks huizen liggen.

Na een paar uur komen we door Tafroute, op zo’n 1000 meter. Dat is een toeristisch plaatsje, met zelfs meerdere campings. Er zijn mooie rotsformaties te zien in de buurt, maar wij gaan door. We blijven door een afgelegen gebied rijden, de wegen worden wel beter en we passeren de plaatsjes Ifrane Atlas Saghir en Bouizakarne. Halverwege de middag komen we bij Guelmim, ‘the gateway to the desert’. Een grote stad (ca. 200.000 inwoners), midden in de woestijn. We zijn er de vorige 3 keer ook doorheen gereden, het is zo’n beetje de enige weg zuidwaarts. Anderhalf uur later komen we bij Tan Tan en bij de zoveelste politiecontrole. We worden nu voor de eerste keer aangehouden. De agent vraagt Ton naar zijn tachograafschijf, maar die antwoordt lachend dat dit echt niet hoeft bij een camper car. Daar gaat de agent uiteindelijk mee akkoord, dus een bekeuring blijft uit. Wel wil hij al onze paspoorten zien. We zwaaien hem vriendelijk uit en rijden het laatste stukje van de dag door naar El Ouatia.

In  El Ouatia zoeken we een overnachtingsplek. We stonden hier 9 jaar geleden op Camping Equinoxe en die bestaat nog steeds. Het is een ommuurd stuk grond met een grote poort, heel dicht bij de Atlantische Oceaan. Aan de binnenkant van de muur zijn kleine huisjes gebouwd die je kunt huren. We zetten de bus op de centrale binnenplaats en spreken met de beide receptionisten – jongens van een jaar of 16 – af dat we ook het sanitair van zo’n huisje mogen gebruiken. Dan kunnen we weer lekker douchen. Als we ook nog een voetbal cadeau doen is het ijs helemaal gebroken. We spreken af dat ze alle twee binnen 5 jaar in het Marokkaanse team zullen spelen, zodat ze aan de volgende Afrika Cup kunnen meedoen (dat kampioenschap wordt momenteel gespeeld in Marokko, daar zijn ze in het hele land mee bezig). We koken ’s avonds op de binnenplaats uit onze eigen voorraad, maar het begint verdorie alweer te regenen, dus we dineren met zijn achten in de bus.