We zitten om half acht aan het uitgebreide ontbijt van Gite Paradise. Er is koffie, thee, smoothie, jam en honing, eieren, brood en pannenkoekjes. Wij vinden het een prima kerstontbijt. Sowieso hebben ze hier op 1900 meter een witte kerst dit jaar. Om 8.15 uur starten we de bus en nemen we afscheid. Volgens de hoteleigenaar is de pashoogte die we willen nemen voor 100% zeker dicht door de sneeuw. We proberen het toch een stukje tot aan het plaatsje Tabant, waar we bij de plaatselijke middelbare school van de schoolbuschauffeurs horen dat het inderdaad niet mogelijk is. Onze eerste keus valt daarom af.
We rijden nu richting Demnate voor een alternatief. Maar ook die weg is behoorlijk gehavend door het slechte weer van de afgelopen tijd. Hier en daar zijn er stukken weggespoeld en er liggen keien op de weg. Een paar keer moeten we stoppen om die eerst weg te halen. Uiteindelijk komen we bij Ighir n’Tissent op een plek die helemaal dicht zit. Door een aardverschuiving vanwege de vele regen zijn er rotsen los gekomen en is de hele weg onbegaanbaar geworden. Dat wordt keren en iets anders proberen.
We rijden een eind terug en proberen een derde route, over een pasweg naar Azilal. Inmiddels is het een uur of 11. Het is nog steeds grijs en het is gaan regenen. Iets hoger wordt dat sneeuw. De weg is nog niet geprepareerd en wordt slechter en slechter tot we op 1800 meter hoogte vast komen te zitten in sneeuw en ijs. We moeten nog tot een hoogte van 2240 meter, dus voorlopig lukt dat niet. Met kunst- en vliegwerk weten we de bus te keren op het smalle pad en rijden en glijden we voorzichtig terug naar het dorpje Tamernout. Daar wachten we een paar uur bij een garage waar wat trekkers en graafmachines staan. Via onze perfecte wifi (Starlink; bedankt Jos!) houden we het nieuws en het weer in de gaten. We vullen ook diesel bij uit onze voorraad, want tankstations zijn hier niet. Om 14 uur breekt de zon door en wat later horen we in het dorpje dat er inmiddels een sneeuwploeg over de weg is geweest. Om 15 uur wagen we een tweede poging. De weg is inderdaad beter en langzaam maar zeker komen we omhoog. Halverwege doen we kettingen om – sneeuwkettingen hebben we niet, maar een lange schakelketting die je door de velggaten over het wiel trekt en vastzet met een hangslotje doet het ook goed. Op de gladste stukken gebruiken we plastic rijplaten, ook een waardevol bezit hier. En als het nodig is gebruiken we schoppen om sneeuw en ijs weg te halen. Daar hadden we ze niet voor meegenomen, maar ze komen prima van pas. Zo vorderen we langzaam maar zeker. Vlak onder de top moeten we nog één keer alle zeilen bijzetten. De bus slipt weg op het ijs en we moeten ‘m weer vrij maken. Ook dat lukt en om 17 uur bereiken we de top!
Nu nog omlaag. Rustig aan zetten we de afdaling in, eenmaal lager is het gedaan met sneeuw en gladheid en om 19 uur rijden we Azilal binnen, een stad op 1300 meter. Daar zijn voldoende tankstations om de tank en jerrycans weer bij te vullen. Bovendien zijn er ook een paar hotels in de stad. We checken in bij Hotel ‘Le Ruban d’or’ waar we zeer vriendelijk worden ontvangen. Voor 95 Euro hebben we twee prima kamers voor in totaal 5 personen. En het belangrijkste voor ons: met goede warme douches erbij. De andere 3 personen blijven in de bus slapen. We krijgen nog een tip mee voor een goed restaurant iets verderop in de stad, waar we naartoe wandelen. Nogal een sfeerloze bedoening, maar de pizza’s en het andere eten smaken goed. Voor 38 Euro zijn we klaar met zijn achten. Inclusief fooi. Op de 3-persoonskamer is het ruim groot genoeg om met zijn achten de dag nog eens door te nemen met een kruidenbittertje erbij.















